Genomineerden 2017

Een voorproevertje van de meest fascinerende streken van de 12 kandidaten:

Bruine kiekendief
De bruine kiekendief (Circus aeroginosus) is een roofvogel die onlosmakelijk verbonden is met moerassen en rietvelden. Onze kustpolders zijn dus een geliefde habitat. Om voor deze soort extra geschikte broedgelegenheid te creëren, is er in het ‘LIFE+ project Oostkustpolders’ voorzien om een drietal nieuwe broedplaatsen te creëren. Het eerste nieuwe rietmoeras is reeds een feit in de Uitkerkse Polder: aansluitend op een reeds bestaand rietveld is een grote vlakte van meer dan een halve hectare groot uitgegraven waar nu riet kan groeien.

Grauwe gors
In vele Europese landen baart de sterke afname van de grauwe gors (Emberiza calandra) ernstige zorgen. Uit onderzoek is gebleken dat de winteromstandigheden voor de soort van doorslaggevend belang zijn, meer nog dan de kwaliteit van de broedhabitat. Graanzaden en in mindere mate zaden van duizendknopen en grassen vormen de hoofdmoot van zijn wintermenu. Deze akkervogel heeft het in Vlaanderen nog nooit zo slecht gedaan als nu. In 2008 werden nog 250 broedparen geteld, in 2017 waren er dat nog maar 45. Zorgwekkend!

Huiszwaluw 
Met de huiszwaluw (Delichon urbicum) gaat het al enkele decennia niet zo goed. Nochtans vinden we haar in de nieuwe ‘Rode Lijst van de Broedvogels in Vlaanderen’ (2016) terug in de categorie ‘Momenteel niet in gevaar’. De achteruitgang van de huiszwaluw is vooral te wijten aan een gebrek aan huisvestingsmogelijkheden. De terugval blijkt sterker te zijn in stedelijke milieus dan in agrarische gebieden. Verder kent deze vogel ook problemen in de overwinteringsgebieden door het toegenomen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Kievit 
Eind 2016 werd een nieuwe versie van de ‘Rode Lijst van de Broedvogels in Vlaanderen’ gepubliceerd. Net als 15 andere vogelsoorten, vinden we de kievit (Vanellus vanellus) in de categorie ‘Bedreigd’ terug. Alle weide- en akkervogels hebben het tegenwoordig knap lastig om te overleven in ons versnipperd landschap. Bovendien doet de schaalvergroting in de landbouw heel wat vogelsoorten de das om. Uitgestrekte monoculturen (vooral mais), vroege maaidata, het scheuren van poldergraslanden enz. zijn nefast voor weidevogels.

Korhoen 
In Vlaanderen is het Korhoen (Lyrurus tetrix) uitgestorven. In 1997 werd het laatste mannetje van Vlaanderen gespot in Meeuwen-Helchteren. In Wallonië deed de soort het lange tijd wél goed. In de jaren ‘70 leefden op de Hoge Venen nog zo’n 210 korhanen en ook op andere plekken in de Waalse veengebieden kwamen ze tot broeden. Maar dat veranderde na 1990, rond de tijd dat ze in Vlaanderen uitstierven. Ze verdwenen snel uit de meeste Waalse broedgebieden en in de Hoge Venen trokken ze zich terug tot één afgesloten gebied.

Kwartelkoning 
De kwartelkoning (Crex crex) is een zomerse broedvogel die in Vlaanderen voornamelijk in niet al te dichtbegroeide graslanden met voldoende hoog gras zijn territorium kan vestigen. Kwartelkoningen hebben twee legsels per jaar. De tweede broedronde eindigt eind juli/begin augustus. De soort kan dan ook tot half augustus met kleine jongen worden aangetroffen. De kwartelkoning is zeer gevoelig voor maaiactiviteiten tijdens die periode. Op 21 december 2015 stelde minister Schauvliege een soortenbeschermingsprogramma vast.

Lepelaar
De lepelaar (Platalea leucorodia) broedt in kolonieverband in rietmoerassen met bomen en struiken. Pas sinds 1999 wordt deze soort als broedvogel in Vlaanderen waargenomen. Het is één van de soorten die hun broedareaal in Europa stilaan uitbreiden. Sinds 2003 broeden er 15 tot 20 paartjes in de Antwerpse haven bij het Oost-Vlaamse Verrebroek. In 2013 kregen we er een nieuwe kolonie bij. In het natuurgebied de Blankaart zijn er in 2017 niet minder dan 15 nesten geteld. Ook in het Limburgse Bocholt zet de soort als broedvogel voet aan de grond.

Merel 
De merel (Turdus merula) is ontegensprekelijk een van de meest bekende vogelsoorten van ons land. Vroeger was het een uitgesproken bosvogel. Inmiddels heeft hij ook onze steden veroverd. Daar is hij een graag geziene gast, niet in het minst omwille van zijn heerlijke zang. De merel kwam dit jaar opnieuw in het nieuws als gevolg van verhoogde sterfte. Het Usutu-virus was hiervoor verantwoordelijk. Dit virus is oorspronkelijk afkomstig uit Afrika en genoemd naar de plaats waar het ooit geïsoleerd werd, dichtbij de gelijknamige rivier in Swaziland.

Raaf 
Vorige eeuw viel decennialang geen broedende raaf (Corvus corax) meer te bespeuren in ons land. De zwarte superopruimer stierf zelfs officieel uit als broedvogel. Maar vanaf 1980 begon de raaf aan zijn comeback. Eerst nog subtiel, maar de laatste jaren duikt hij almaar vaker op. In een poging de raaf opnieuw te introduceren, werden tussen 1973 en 1980 in Wallonië 50 jonge raven uit de Franse populatie vrijgelaten. Volgens de broedvogelatlas uit 2010 wordt hun aantal geschat op 67-87 broedparen. Wellicht zijn het er nu een pak meer.

Roerdomp
De roerdomp (Botaurus stellaris) is één van de meest karakteristieke moerasvogels die in Vlaanderen voorkomen. Deze soort heeft nood aan voldoende grote en samenhangende leefgebieden, met voldoende oppervlakte aan structuurrijke en kwaliteitsvolle rietvegetaties en helder water. Door de hoge vereisten voor de habitat, met name voor het broedgebied, staat de populatie roerdompen in Vlaanderen onder druk. Op 19 december 2016 stelde minister Schauvliege dan ook een soortenbeschermingsprogramma voor deze reiger vast.

Visarend
Het is al meer dan honderd jaar geleden dat de visarend (Pandion haliaetus) nog gebroed heeft in Vlaanderen. De laatste jaren onderneemt een koppeltje in Limburg verwoede pogingen. De visarend eet vrijwel uitsluitend vis en is vooral bij beboste meren en rivieren te vinden. Visarenden vliegen over het water op zoek naar prooi die zich vlak onder het wateroppervlak bevindt. Wanneer een vis wordt gezien, duikt hij met zijn kop vooruit naar beneden, en op het laatste moment gooit hij zijn poten naar voren om de vis te pakken.

Zomertortel 
In zowat alle Europese landen neemt het aantal zomertortels (Streptopelia turtur) in snel tempo af. Deze soort was altijd een zeer algemene zomergast in West-Europa, maar ging de voorbije 16 jaar wereldwijd achteruit met minstens 30 procent. Daarom kreeg ze op de IUCN-lijst het label ‘kwetsbaar’ opgekleefd. In Vlaanderen vinden we de zomertortel terug in de categorie ‘Ernstig bedreigd’ van de nieuwe ‘Rode Lijst van de Broedvogels in Vlaanderen’. Op Europees niveau wordt daarom hard gewerkt aan een groots actieplan voor deze soort.