Genomineerden 2020

Een voorproevertje van de meest fascinerende streken van de 12 kandidaten:

Buidelmees

Het woord ‘buidel’ in de naam heeft niets te maken met de lichaamsbouw van de vogel, maar met de vorm van zijn bijzonder nest. De buidelmees bouwt immers een buidelachtig en vrijhangend nest met een buisvormige ingang. Ondanks de naam behoort deze soort niet tot de echte mezen. Opvallend aan dit vogeltje is wel het zwarte ‘zorromasker’ dat bij het mannetje groter en breder uitvalt dan bij het vrouwtje. Het is een zeer behendig vogeltje dat regelmatig met de kop naar beneden hangt tijdens het foerageren op dunne twijgjes.

Fluiter

Om fluiters te kunnen zien of horen, moet je naar uitgestrekte loofbossen – bij voorkeur met reliëf – waar de beuk de dominante boomsoort is. In vergelijking met tjiftjaf, fitis en spotvogel is de fluiter de krachtigst gekleurde van onze groene zangers: de bovenzijde is fris groengeel met een karakteristieke combinatie van een gele wenkbrauwstreep, een grijsachtige teugel en dito oogstreep. De buik is helder wit. De zang bestaat uit een versnellende en luider wordende reeks slagen die eindigt op een triller: ‘stjip-tsjip-tsjip-tip-tip-tip-tjurrrrrrrrr’.

Goudvink

Er zijn zo van die vogels waarop je meteen verliefd wordt als je ze voor het eerst in de natuur te zien krijgt. De goudvink is zo’n vogel. Vooral het mannetje is een streling voor het oog. Goudvinken zijn relatief grote, plompe en zeer compacte vinken met een zogenoemde ‘stierennek’. Waar de naam stierennek vandaan komt, is min of meer vanzelfsprekend: het lijkt alsof deze vink geen hals heeft. De Engelse benaming verwijst daar trouwens naar: Eurasian Bullfinch. Mannetje en vrouwtje zijn eenvoudig van elkaar te onderscheiden.

Hop

De hop is volgens de Rode Lijst van Vlaamse en Nederlandse broedvogels uitgestorven. Zijn afwezigheid heeft natuurlijk voor een belangrijk deel te maken met het feit dat zowel België als Nederland op de noordwestelijke grens van zijn natuurlijk verspreidingsgebied ligt. Hij is hier dus een mogelijke, maar zeer onregelmatige en incidentele broedvogel. Door zijn zwarte vleugels met witte strepen lijkt de hop in de vlucht soms wel een grote vlinder. De zang is een onmiskenbaar, ritmisch, snel herhaald ‘hoep-hoep-hoep’ met een relatief ‘holle’ klank.

Middelste bonte specht

De middelste bonte specht is maar een beetje kleiner dan de grote bonte specht, maar hij toont wel een flink pak kleiner door de korte, dunne snavel en de ronde, lichte kop. Er is geen duidelijk verschil in verenkleed tussen mannetje en vrouwtje, alleen zou de rode kruin bij het mannetje iets feller van kleur zijn. Maar dat is in de natuur niet of nauwelijks vast te stellen. De rode kruin – die bovendien kan opgericht worden – en de twee langwerpige, spierwitte rugvelden (of schoudervlekken) onderscheiden hem van de andere bonte spechten.

Notenkraker

De notenkraker is een opmerkelijk fraaie en fascinerende vogel van noordelijke en hoog gelegen naaldbossen. Sinds het begin van de jaren 70 van vorige eeuw is de soort een regelmatige broedvogel in Wallonië, wellicht dankzij het ouder worden van de uitgestrekte sparrenbossen. Hij is verzot op de noten van de hazelaar die hij in de herfst verzamelt en begraaft als voorraad voor de winter. De witte, druppelvormige vlekjes in het verenkleed geven de vogel een gespikkeld uiterlijk. De witte onderstaart valt fel op in de vlucht.

Paap

De paap – veel vaker paapje genoemd – is een klein, compact vogeltje met een korte staart en vrij lange, zwarte poten. Zowel bij het mannetje als bij het vrouwtje is de brede, witte wenkbrauwstreep het opvallendste kenmerk. Omdat het mannetje een oranje-beige borst heeft, wordt hij wel eens verward met de roodborsttapuit. Maar de wenkbrauwstreep is dan dé determinatiesleutel, want die is bij de roodborsttapuit afwezig. Ook de vrouwtjes van beide soorten kunnen dankzij die wenkbrauwstreep van elkaar onderscheiden worden.

Ruigpootuil

De ruigpootuil – die ongeveer even groot is als de steenuil – treffen we niet in Vlaanderen maar wel in Wallonië als broedvogel aan. In Nederland is het een dwaalgast en sporadische broedvogel. Net als de steenuil heeft de ruigpootuil een gele iris. Het meest opvallende aan dit uiltje is de continue, verbaasde gezichtsuitdrukking, wat hem toch wel sympathiek maakt. De zang is een snelle reeks diepe fluittonen, aan het begin iets toenemend in toonhoogte en snelheid: ‘pu-poe-POE-POE-POE-POE’. Hij broedt sinds 1963 in de Belgische Ardennen.

Steltkluut

De uitzonderlijk lange, roze-rode poten geven de steltkluut en alles wat hij doet een uniek karakter. Het is een slanke, elegante, zwart-witte vogel die vooral broedt in de landen rond de Middellandse Zee (ongeveer 80% van de Europese populatie). De grootste aantallen worden bereikt in Spanje. In Frankrijk broeden ± 3000 paren. In de Lage Landen is de steltkluut een zeldzame verschijning. De meeste steltkluten overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara, terwijl een deel van de broedvogels van het Iberisch Schiereiland niet wegtrekt.

Tureluur

De uitzonderlijk lange, roze-rode poten geven de steltkluut en alles wat hij doet een uniek karakter. Het is een slanke, elegante, zwart-witte vogel die vooral broedt in de landen rond de Middellandse Zee (ongeveer 80% van de Europese populatie). De grootste aantallen worden bereikt in Spanje. In Frankrijk broeden ± 3000 paren. In de Lage Landen is de steltkluut een zeldzame verschijning. De meeste steltkluten overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara, terwijl een deel van de broedvogels van het Iberisch Schiereiland niet wegtrekt.

Waterral

De sijs (Carduelis spinus) is een kleine vogel die behoort tot de familie van de vinkachtigen. Ze broedt niet of nauwelijks in Vlaanderen. Samen met andere vinkachtigen, zoals kepen en vinken uit het noorden, overwintert ze hier wel. We kunnen haar tijdens de wintermaanden vaak zien foerageren in bijvoorbeeld zwarte elzen, een boom uit de berkenfamilie. Die draagt in de winter zogenoemde ‘elzenproppen’ die barstensvol zitten met kleine zaadjes. Sijzen zijn beschermd maar worden nog vaak met mistnetten of klepkooien gevangen.

Woudaap

Deze bijzonder kleine, kleurrijke reiger leeft een zeer geheimzinnig bestaan en is zeer moeilijk waar te nemen. De vogel is vooral actief tijdens de avondschemering. Hij verplaatst zich stiekem naar goede foerageerplekken langs de oevers van moerassen en vijvers waar hij visjes, kikkers, salamanders en grote insecten vangt. Het is de kleinste reiger van de Lage Landen en dus een flink pak kleiner dan die andere bijzondere nachtreiger, de kwak. Vroeger heette de vogel wouwaapje, genoemd naar zijn typische roep: ‘wouw-wouw’.

 

Literatuur

•       Rodts Jan. 2019. De slimste vogelgids – Alle 192 broedvogels van België en Nederland. Uitgeverij Houtekiet. Antwerpen.